ECLI:NL:RBDHA:2019:6246
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen buiten-zittinguitspraak in Dublin Italië zaak afgewezen
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft dit beroep buiten zitting kennelijk ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld en is tevens een voorlopige voorziening gevraagd om overdracht aan Italië te voorkomen.
De rechtbank heeft in het verzet uitsluitend beoordeeld of het buiten-zitting vonnis terecht kennelijk ongegrond was. Opposant voerde aan dat de opvang in Italië ontoereikend is en dat overdracht een onevenredige hardheid oplevert. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië nog steeds geldt, mede op basis van recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en rapporten zoals van de Schweizerische Flüchtlingshilfe.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard en blijft de buiten-zittinguitspraak in stand. Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.