Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2019:6272

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2019
Publicatiedatum
24 juni 2019
Zaaknummer
C/09/571371 / FT RK 19/532
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk wegens verlopen minnelijk traject

Verzoeker diende op 3 april 2019 een verzoekschrift in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Dit verzoek werd op 28 mei 2019 behandeld, waarbij verzoeker en zijn partner werden gehoord. Verzoeker heeft een totale schuldenlast van €39.850,38 en was eerder afgewezen voor toelating tot de schuldsanering vanwege een niet opgenomen vordering in het minnelijk traject.

Na afwijzing in 2016 heeft verzoeker een nieuw minnelijk traject doorlopen via schuldbemiddelingsinstantie Zuidweg & Partners. Dit traject werd op 15 november 2017 afgerond, maar de schuldeisers die instemden vertegenwoordigden minder dan de helft van de schuldenlast, waardoor het traject als mislukt werd beschouwd.

De rechtbank oordeelt dat het recente verzoek niet gebaseerd is op een recent afgerond minnelijk traject, aangezien het traject al een jaar en negen maanden geleden is afgesloten. Hierdoor is het aanbod aan schuldeisers mogelijk onjuist en voldoet het verzoek niet aan de wettelijke vereisten. Daarom wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recent afgerond minnelijk traject.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer
rekestnummer: C/09/571371 / FT RK 19/532
uitspraakdatum: 11 juni 2019
[verzoeker],
wonende te [adres],
[postcode en woonplaats],
verzoeker,
heeft op 3 april 2019 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is op 28 mei 2019 behandeld. Verzoeker is gehoord. Mede verscheen zijn partner mevrouw [A].
De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting verklaard, is het volgende gebleken.
Verzoeker is gehuwd buiten gemeenschap van goederen en heeft twee kinderen van 6 en 8 jaar. Verzoeker heeft van 2006 tot 2015 een eenmanszaak gedreven, [X], en werkt thans in loondienst. De totale schuldenlast van verzoeker bedraagt € 39.850,38. De partner van verzoeker maakt geen aanspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling
Een eerder verzoekschrift tot toelating tot de schuldsanering is op 10 juni 2016 door de rechtbank afgewezen. Het verzoekschrift is destijds afgewezen omdat er sprake was van een gerechtelijke procedure inzake een vordering die was opgestart door een schuldeiser. De betreffende vordering was niet opgenomen op de schuldenlijst en niet meegenomen in het minnelijk traject. Bij vonnis van 12 oktober 2016 is verzoeker door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.875,00 en proceskosten. Dit bedrag is door de voormalig compagnon van verzoeker voldaan en is de schuld daarmee afgelost.
Verzoeker werd destijds bijgestaan door schuldbemiddelingsinstantie Zuidweg & Partners B.V.. Na het afwijzingsvonnis van 10 juni 2016 heeft verzoeker zich opnieuw tot Zuidweg & Partners gewend ten behoeve van het uitvoeren van een nieuw minnelijk traject.
De overgelegde rapportage van de schuldbemiddelaar vermeldt dat de schuldeisers van verzoeker op 26 juni 2017 zijn verzocht de hoogte van hun vordering door te geven.
Op 1 september 2017 is een saneringsvoorstel aan de schuldeisers voorgelegd, op 27 september 2017 is een rappel verstuurd. Het minnelijk traject is op 15 november 2017 afgerond. De schuldeisers die hebben ingestemd vertegenwoordigen minder dan de helft van de totale schuldenlast, waardoor het minnelijk traject als mislukt wordt beschouwd. Zodoende verzoekt verzoeker de rechtbank thans om de schuldsaneringsregeling over hem uit te spreken.
Desgevraagd heeft verzoeker aangegeven dat het zo lang heeft geduurd voordat het verzoekschrift bij de rechtbank is ingediend omdat hij van Zuidweg & Partners moest wachten totdat iemand van Zuidweg & Partners bevoegd was de verklaringen van het verzoekschrift te ondertekenen. Voorts geeft verzoeker aan dat Zuidweg & Partners hadden aangegeven dat het niet nodig te vinden om mede ter zitting te verschijnen. Ook bij de behandeling van zijn vorige verzoekschrift vonden zij het niet nodig hem ter zitting bij te staan.
Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij Zuidweg & Partners heeft ingehuurd om een correct en compleet verzoekschrift WSNP op te laten maken en dat hij hiervoor de laatste jaren een hoop inspanningen heeft verricht.
Gebleken is dat het recente verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet ziet op een recent doorlopen minnelijk traject. Doordat het minnelijk traject een jaar en negen maanden geleden is afgerond (15 november 2017), is het aanbod aan de schuldeisers mogelijk gebaseerd op een onjuist percentage. Verzoeker dient opnieuw een minnelijk traject te doorlopen. Zodoende is er geen sprake van een correct afgerond minnelijk traject. Het verzoek kan niet in behandeling worden genomen omdat het niet aan de wettelijke vereisten voldoet.
De verzoeker zal niet-ontvankelijk verklaard worden in het onderhavige verzoek.

BESLISSING

De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Gewezen door mr. D. Nobel, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2019 in tegenwoordigheid van A. van Groningen Schinkel, griffier.