ECLI:NL:RBDHA:2019:6297
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke kwijtschelding schuld aan Limited vormt winstuitdeling; boete vernietigd wegens ontbreken opzet
Eiser, enig aandeelhouder van een NV die alle aandelen van een Cypriotische Limited bezit, kreeg een aanslag inkomstenbelasting opgelegd inclusief een vergrijpboete van € 2.000.000 vanwege een vermeende onjuiste aangifte over een gedeeltelijke kwijtschelding van een lening. De lening was verstrekt in 2007 en in 2012 werd besloten een deel van de vordering kwijt te schelden tot de waarde van een effectenportefeuille, wat verweerder als een uitdeling aan eiser kwalificeerde.
De rechtbank stelt vast dat eiser nauw betrokken was bij het besluit tot kwijtschelding en zich bewust had moeten zijn van de bevoordeling, gezien zijn financiële positie. De boete werd echter vernietigd omdat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser (voorwaardelijk) opzettelijk een onjuiste aangifte heeft ingediend. Eiser mocht vertrouwen op zijn adviseur die de aangifte heeft ingediend zonder dat hij daarvan op de hoogte was.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder alle relevante stukken heeft overgelegd en niet in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de boete betreft en ongegrond voor het overige. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van opzet, maar de winstuitdeling wordt bevestigd.