ECLI:NL:RBDHA:2019:6330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid herhaalde asielaanvraag LHBT
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker die homoseksualiteit als grond voor zijn aanvraag aanvoert, diende een herhaalde aanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag in 2017 was afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid van zijn seksuele geaardheid.
De staatssecretaris verklaarde de nieuwe aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000, omdat geen nieuwe elementen of bevindingen waren aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Eiser bracht onder meer een artikel over interviewtechnieken in LHBT-zaken, bewijs van een relatie en diverse ondersteunende documenten naar voren.
De rechtbank oordeelde dat deze stukken geen nieuwe relevante elementen bevatten en dat de verklaringen over de relatie onvoldoende overtuigend waren. De verklaring van de partner en de overige documenten konden het gebrek aan geloofwaardigheid niet wegnemen.
Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.