ECLI:NL:RBDHA:2019:6331
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf in vervangende hechtenis wegens termijnoverschrijding
De veroordeelde was veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur met een vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving. Het openbaar ministerie heeft de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis bevolen omdat de taakstraf niet was uitgevoerd. De kennisgeving van deze omzetting werd op wettelijke wijze betekend aan de griffier, aangezien de veroordeelde geen bekend woon- of verblijfadres had.
De veroordeelde diende een bezwaarschrift in tegen deze omzetting, verzocht om alsnog de taakstraf te mogen verrichten en vernietiging van de beslissing tot vervangende hechtenis. De rechtbank behandelde het bezwaarschrift en onderzocht de ontvankelijkheid ervan, waarbij het verweer werd verworpen dat de kennisgeving aan de raadsman had moeten worden betekend of dat de termijn pas zou lopen vanaf bekendheid met de kennisgeving.
De rechtbank oordeelde dat de kennisgeving rechtsgeldig was en dat de termijn van 14 dagen voor het indienen van het bezwaar niet was overschreden. Het bezwaarschrift werd echter pas na 42 dagen ingediend, zonder dat sprake was van bijzondere omstandigheden die de overschrijding rechtvaardigden. Daarom werd de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaarschrift.
Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaarschrift wegens overschrijding van de bezwaartermijn.