ECLI:NL:RBDHA:2019:6332

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2019
Publicatiedatum
26 juni 2019
Zaaknummer
7549695 RL EXPL 19-4269
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 130 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing onredelijk bezwarende bedingen in abonnement sportfaciliteiten

De kantonrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 6 mei 2019 een tussenvonnis gewezen in een zaak tussen Basic Fit Nederland B.V. en een niet verschenen gedaagde partij. Eisende partij heeft een vordering ingesteld op basis van een abonnementsovereenkomst voor sportfaciliteiten, waarbij zij zich beroept op algemene voorwaarden die mogelijk onredelijk bezwarend zijn.

Omdat gedaagde niet is verschenen, is verstek verleend. De kantonrechter heeft de eisende partij verzocht om aanvullende gegevens te overleggen, waaronder het contract, algemene voorwaarden, facturen en details over de abonnementsduur en prijs. Dit is noodzakelijk om ambtshalve te kunnen toetsen of de bedingen onredelijk bezwarend zijn in het licht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie.

De zaak is verwezen naar de rolzitting van 3 juni 2019, waarbij eisende partij de gelegenheid krijgt haar vordering nader te specificeren en toe te lichten. Verdere beslissing is aangehouden totdat deze aanvullende stukken zijn ingediend en beoordeeld.

Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rolzitting voor nadere specificatie en beoordeling van de vordering en bedingen, verdere beslissing is aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
JH
Rolnummer: 7549695 RL EXPL 19-4269
Datum: 6 mei 2019

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BASIC FIT NEDERLAND B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
eisende partij,
gemachtigde: Van Arkel Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding van 14 februari 2019 en de daarbij overgelegde productie(s).
Eisende partij heeft gevorderd zoals beschreven in de dagvaarding. Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.

Beoordeling

Gedaagde partij is consument, althans wordt vermoed consument te zijn.
Eisende partij beroept zich op één (of meerdere) beding(en), opgesteld om in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, althans vermoed wordt dat de vordering mede op (een) dergelijk beding(en) is gebaseerd. De rechter dient daarom op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. 4 juni 2009, C‑243/08) ambtshalve te beoordelen of het beding onredelijk bezwarend is.
Teneinde de genoemde beoordeling te kunnen uitvoeren heeft de rechter behoefte aan de hieronder vermelde gegevens:
  • de hoedanigheid van de wederpartij;
  • het contract dan wel de schriftelijke bevestiging van de inschrijving;
  • de algemene voorwaarden;
  • een opgave van de looptijd van het abonnement en de maandelijks verschuldigde abonnementsprijs;
  • de factu(u)r(en) waarvan betaling wordt gevorderd;
  • de gevolgen en de duur van het niet, niet tijdig of niet volledig voldoen van de abonnementsgelden voor het gebruik van de sportfaciliteiten voor gedaagde partij.
4. Eisende partij wordt verzocht deze gegevens bij akte - voor zover nog niet eerder overgelegd of bekend gemaakt - over te leggen, waarbij zij in de gelegenheid wordt gesteld haar vordering nader te specificeren en een toelichting te geven op de bedingen waarop eisende partij een beroep doet. Voor zover de gevraagde gegevens reeds zijn overgelegd kan worden volstaan met een duidelijke verwijzing daarnaar.
5. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol.
6. Indien de bij akte na tussenvonnis te verstrekken gegevens een wijziging van eis, niet zijnde een eisvermindering, inhouden, dient de akte op grond van artikel 130 lid 3 Rv Pro aan gedaagde partij te worden betekend. In het geval de vereiste betekening achterwege wordt gelaten, zal de kantonrechter de gewijzigde eis buiten beschouwing laten en vonnis wijzen op basis van het gestelde in de dagvaarding. De in artikel 130 lid 3 Rv Pro bedoelde verandering of vermeerdering van eis omvat tevens een verandering of vermeerdering van de feitelijke gronden van de eis.

Beslissing

De kantonrechter:
1. verwijst de zaak naar de rolzitting van 3 juni 2019 te 10.30 uur voor akte aan de zijde van eisende partij;
2. houdt elke verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.M. Derijks en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2019.
de griffier, de kantonrechter,