ECLI:NL:RBDHA:2019:6370
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser heeft op 5 december 2017 een eerste asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris is afgewezen en waarvan het beroep en hoger beroep ongegrond zijn verklaard. Op 20 juli 2018 diende eiser een opvolgende asielaanvraag in die niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde dat hij geen bescherming kan krijgen van de UNRWA en dat hij bij terugkeer in Jordanië mogelijk een slechte behandeling zal ondergaan, mede gebaseerd op de situatie van zijn broer. De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde nieuwe feiten onvoldoende zwaarwegend zijn en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen bescherming kan krijgen van de UNRWA wanneer dit nodig is.
Ook de situatie van de broer leidt niet tot een asielrechtelijke beschermingsplicht. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van nieuwe elementen of bijzondere omstandigheden die toetsing van het besluit als ware het een eerste aanvraag rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 16 mei 2019 te Middelburg.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe elementen.