ECLI:NL:RBDHA:2019:6390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende identiteit en familieband Eritrese nareis
Eiseres, met Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, ingediend door haar echtgenoot die sinds 2017 een verblijfsvergunning asiel in Nederland heeft. De aanvraag werd primair afgewezen omdat eiseres geen officiële documenten kon overleggen om haar identiteit en het huwelijk aannemelijk te maken. Ook het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank toetste of eiseres voldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van bewijsnood, hetgeen zou kunnen leiden tot aanvullend onderzoek door verweerder. Uit ambtsberichten bleek dat personen ouder dan 18 jaar in Eritrea in het bezit moeten zijn van een identiteitskaart en dat deze sinds 2015 werden uitgegeven. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken waarom zij geen identiteitsdocument kon overleggen.
Verweerder had de overgelegde indicatieve documenten, waaronder een kerkelijke huwelijksakte en getuigenverklaringen, betrokken bij zijn beoordeling maar deze als onvoldoende substantieel beoordeeld wegens het ontbreken van officiële brondocumenten. Het beroep op jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Advocaat-Generaal werd verworpen omdat de omstandigheden niet vergelijkbaar waren.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen aanvullend onderzoek hoefde te doen en dat de identiteit en familierechtelijke band niet waren aangetoond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en familieband.