ECLI:NL:RBDHA:2019:6405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking en wijziging verblijfsvergunning uitwisseling naar verblijf bij partner
Eiseres, houder van de Filipijnse nationaliteit, kreeg op 20 januari 2018 een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'uitwisseling'. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht in omdat eiseres niet meer voldeed aan het verblijfsdoel, aangezien zij vrijwel direct na verlening een wijziging naar 'verblijf bij partner' aanvroeg en met haar partner ging samenwonen.
De rechtbank oordeelde dat het primaire doel van haar verblijf niet kennismaking met de Nederlandse cultuur was, maar gezinsvorming. Eiseres had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar verblijf als au pair het hoofddoel was. Ook was zij niet tijdig geïnformeerd over de gevolgen van haar aanvraag tot wijziging.
Daarnaast werd de aanvraag tot wijziging afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank vond dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid een juiste belangenafweging had gemaakt, waarbij het belang van de staat zwaarder woog dan dat van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning uitwisseling en de afwijzing van de wijzigingsaanvraag verblijf bij partner.