ECLI:NL:RBDHA:2019:6406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwde vrees voor terugkeer naar Guinee
Eiser, met de nationaliteiten van Sierra Leone en Guinee, heeft een asielaanvraag ingediend op grond van mishandeling door zijn stiefmoeder en onveiligheid in Guinee. De rechtbank heeft vastgesteld dat het asielrelaas onvoldoende concreet is om een reëel risico op vervolging of onmenselijke behandeling aan te nemen.
Tijdens de zittingen is vastgesteld dat de Franse tolk adequaat was en dat eiser geen bezwaar had tegen het gebruik hiervan. De rechtbank oordeelde dat de vrees voor de stiefmoeder en de marabout niet voldoende is onderbouwd en dat de algemene onveiligheid in Guinee geen persoonlijke bedreiging vormt.
Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.