ECLI:NL:RBDHA:2019:6445
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bloedwraak en valse identiteit
Eiser, een Turkse nationaliteit bewerende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege een familievete die uitmondde in bloedwraak. Hij stelde dat hij Turkije had verlaten vanwege bedreigingen en problemen met familieleden en zijn Koerdische afkomst. Verweerder achtte echter de bloedwraak en de problemen met de Koerdische etniciteit ongeloofwaardig en wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege valse verklaringen over identiteit en nationaliteit.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat eiser pas asiel aanvroeg nadat hij in vreemdelingendetentie was geplaatst en een uitzetting dreigde. Verweerder vond dit een indicatie van gebrek aan oprechtheid. Ook vond verweerder dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn beweringen, waaronder tegenstrijdige verklaringen over veroordelingen in Turkije. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet onzorgvuldig had gehandeld en dat het nader gehoor voldoende was afgerond.
De rechtbank verwierp ook het verzoek van eiser om een individueel ambtsbericht op te vragen en oordeelde dat verweerder terecht geen grond zag voor een ambtshalve verlenging van uitstel van vertrek, ondanks een suïcidepoging van eiser in detentie. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid en valse identiteit.