ECLI:NL:RBDHA:2019:6481
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij herhaalde aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, heeft meerdere malen een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige aangevraagd. Eerdere aanvragen werden afgewezen vanwege een summier en onvolledig ondernemingsplan. De huidige aanvraag werd eveneens afgewezen omdat de nieuwe stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die het eerdere besluit konden wijzigen.
De voorzieningenrechter overwoog dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het ondernemingsplan nog steeds onvoldoende was, met name door het ontbreken van concrete informatie over opleidingen en een gedetailleerde markt- en concurrentieanalyse toegespitst op de onderneming van verzoeker. Verzoeker stelde dat verweerder willekeurig handelde en dat het ondernemingsplan door een onafhankelijke deskundige was opgesteld, maar dit werd niet als voldoende geacht.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat het ne bis in idem-beoordelingskader niet langer wordt toegepast en dat het bestuursorgaan het besluit moet toetsen op nieuwe feiten. Omdat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het eerdere besluit konden wijzigen, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Verzoeker heeft ter zitting verklaard mogelijk nog nadere stukken te zullen overleggen in de bezwaarfase, waardoor de voorzieningenrechter geen gebruik maakte van zijn bevoegdheid om een voorlopige voorziening te treffen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en een onvoldoende ondernemingsplan.