ECLI:NL:RBDHA:2019:6511
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Moldavische burger, heeft samen met haar minderjarige dochter een asielaanvraag ingediend in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
Eiseres betoogde dat haar belangen onvoldoende waren meegewogen, dat zij in Duitsland geen toegang tot medische hulp zou hebben en dat zij niet in staat zou zijn om tegen Duitsland te klagen. Ook stelde zij dat zij, vanwege haar minderjarige kind, door de Nederlandse overheid had moeten worden ondersteund bij terugkeer naar Moldavië via de IOM.
De rechtbank oordeelde dat Duitsland verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. De enkele stelling van eiseres dat zij niet kan klagen is onvoldoende om hiervan af te wijken. Tevens is eiseres zelf verantwoordelijk voor een eventueel vrijwillig vertrek naar Moldavië. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.