ECLI:NL:RBDHA:2019:6518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken essentiële informatie
Eiser, een Iraakse nationaliteit, diende op 14 september 2018 zijn achtste opvolgende asielaanvraag in. Hij gaf aan een nieuwe gebeurtenis mondeling toe te lichten, maar leverde geen nadere onderbouwing. Verweerder stelde een voornemen tot buitenbehandelingstelling op 30 november 2018 op en verzocht eiser tweemaal om ontbrekende informatie binnen een week aan te leveren.
Eiser heeft niet voldaan aan deze verzoeken en leverde geen verklaring waarom hij zijn atheïsme en lidmaatschap van het Atheïstisch Verbond niet eerder had gemeld. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank stelt vast dat de hoorplicht niet is geschonden omdat verweerder kon afzien van het horen van eiser gezien het ontbreken van onderbouwing en bijzondere omstandigheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.