Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
Daarnaast wordt in de brief erkend dat de auto van verdachte heeft gereden/geremd over in de goot liggend tussenmedium over een afstand van maximaal 8,5 meter, maar worden daar verder geen conclusies aan verbonden. Toegelicht wordt dat de vertraging waaraan het voertuig tijdens de confrontatie met het slachtoffer en de confrontatie met de rijbaanverhoging onderhavig is geweest, niet is meegerekend. De rechtbank begrijpt deze opmerking aldus dat het buiten beschouwing laten van het rijden/remmen over het tussenmedium, bij het bepalen van de snelheid van de auto kan worden ‘weggestreept’ tegen het buiten beschouwing laten van het snelheidsverlies door het raken van de rijbaanafscheiding en de confrontatie met het slachtoffer. In de brief wordt niet toegelicht hoe het feit dat de auto over een niet geringe afstand over in de goot liggend tussenmedium heeft gereden zich verhoudt tot de conclusie uit de VOA dat is gereden met een snelheid van 72 tot 74 kilometer per uur.