Partijen zijn gehuwd sinds 2011 en hebben twee minderjarige kinderen. De moeder, van Noorse nationaliteit, verzocht om vervangende toestemming om met de kinderen naar Noorwegen te verhuizen. De vader, Belgisch staatsburger, maakte bezwaar tegen deze verhuizing. De rechtbank heeft de belangen van beide partijen en de kinderen afgewogen.
De moeder stelde dat zij naar Noorwegen wil verhuizen om dichter bij haar familie en haar huidige partner te zijn, en om de kinderen een Noorse opvoeding te geven. Tevens voerde zij aan dat de arbeidsmarkt in Noorwegen gunstiger is, waardoor zij financieel zelfstandig kan worden. De vader betwistte de noodzaak van de verhuizing en voerde aan dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat zij in Nederland geen mogelijkheden heeft om inkomen te verwerven.
De rechtbank oordeelde dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat een verhuizing noodzakelijk is voor haar financiële zelfstandigheid. Daarnaast weegt het belang van de kinderen om in Nederland te blijven en frequent contact met hun vader te houden zwaarder dan het belang van de moeder om te verhuizen. De rechtbank wees daarom het verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing af.
De rechtbank sprak tevens de echtscheiding uit, bepaalde de zorgregeling voor de zomervakantie 2019 en kende de man het voortgezet gebruik van de echtelijke woning toe. De behandeling van overige nevenvoorzieningen zoals hoofdverblijfplaats, zorg- en opvoedingstaken, alimentatie en afwikkeling huwelijkse voorwaarden werd aangehouden om partijen gelegenheid te geven tot overleg.