ECLI:NL:RBDHA:2019:6633
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 1 maart 2019 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat was geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat de Franse asielprocedure gebreken vertoont en vreest voor uitzetting zonder inhoudelijke behandeling. Tevens betoogde hij dat Nederland ten onrechte geen gebruik maakte van de bevoegdheid om de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken, mede vanwege zijn medische problemen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen. Eiser had in Frankrijk een asielprocedure doorlopen met rechtsbijstand en woonruimte. Er was geen bewijs van tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen. Ook de medische situatie was onvoldoende onderbouwd om advies van het Bureau Medische Advisering te rechtvaardigen.
Gelet op de ruime bestuurlijke vrijheid van verweerder en de omstandigheden van eiser, waaronder het langdurig verblijf in Frankrijk zonder geldige verblijfsvergunning, zag de rechtbank geen reden om het verzoek aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.