ECLI:NL:RBDHA:2019:68
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting na beschieting
Op 20 oktober 2018 is op een gesloten horeca-inrichting geschoten, waarbij 14 kogelinslagen en 15 lege hulzen werden aangetroffen. De schutter, het wapen en de gebruikte scooter zijn niet gevonden. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester van Den Haag bij besluit van 1 november 2018 de horeca-inrichting voor drie maanden gesloten.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. Tijdens de zitting op 20 december 2018 is het onderzoek geschorst om aanvullende informatie van de politie te verkrijgen. Na ontvangst van deze informatie en reactie van verzoeker heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten.
De voorzieningenrechter overweegt dat de sluiting niet onredelijk is en dat het besluit naar verwachting in stand zal blijven. Het geweldsincident vormt een ernstige bedreiging voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Hoewel verzoeker aandacht vroeg voor het ontbreken van een alarm en zijn eigen melding aan de politie, weegt dit niet op tegen het belang van veiligheid en gezondheid.
De tijdelijke sluiting is gericht op het herstel van de openbare orde en het waarborgen van rust in de omgeving. Verzoeker beschikt nog niet over een exploitatievergunning, en ook bij toewijzing van de voorziening zou hij de exploitatie niet kunnen voortzetten. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de horeca-inrichting wordt afgewezen.