ECLI:NL:RBDHA:2019:6843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, met Azerbeidzjaanse nationaliteit, en haar minderjarige kinderen vroegen asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eiseres voerde aan dat er sprake is van gezinsvorming in Duitsland en dat haar zwangerschap en medische situatie bijzondere omstandigheden vormen.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen en dat eiseres onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd dat Polen zijn verplichtingen niet nakomt. Ook was onvoldoende onderbouwd dat Nederland het meest geschikte land is voor medische behandeling.
De rechtbank vond dat verweerder terecht geen gebruik maakte van de bevoegdheid om de aanvraag in Nederland te behandelen, omdat de gezinsrelatie niet voldeed aan de definitie in de Dublinverordening en de medische gronden onvoldoende waren onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.