ECLI:NL:RBDHA:2019:6887
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste bekendmaking
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank stelde vast dat het voornemen en het bestreden besluit aan de gemachtigde van eiser, mr. Raafs, waren gezonden terwijl deze nog niet gemachtigd was om op te treden. Dit vormde een formeel gebrek wegens onjuiste bekendmaking volgens artikel 3.109c, zevende lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep van eiser gegrond en vernietigde het bestreden besluit. De rechtbank besloot echter de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, omdat eiser geen inhoudelijke bezwaren tegen het besluit had ingebracht en wel gelegenheid had gehad om zienswijze te geven.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens het ontbreken van de connexiteitsvereiste. Tot slot werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser ad €256,-.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.S.G. Jongeneel op 27 mei 2019.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onjuiste bekendmaking, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.