ECLI:NL:RBDHA:2019:6936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep, aangezien uit het besluit blijkt dat eiser op 2 mei 2019 met onbekende bestemming is vertrokken en als MOB staat geregistreerd.
De gemachtigde van eiser gaf aan dat er recent contact is geweest en dat eiser haar heeft gevolmachtigd, maar kon niet concreet aangeven waar eiser verblijft of dat hij nog in Nederland is. Partijen verschenen niet ter zitting. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt en als MOB staat geregistreerd, geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij contact met de gemachtigde het tegendeel bewijst.
Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen dat eiser nog in Nederland verblijft en prijs stelt op bescherming, oordeelt de rechtbank dat eiser geen procesbelang heeft. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser als MOB staat geregistreerd en onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat hij nog in Nederland verblijft.