Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2019:6936

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juli 2019
Publicatiedatum
12 juli 2019
Zaaknummer
NL19.12444
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij vertrek vreemdeling met onbekende bestemming

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep, aangezien uit het besluit blijkt dat eiser op 2 mei 2019 met onbekende bestemming is vertrokken en als MOB staat geregistreerd.

De gemachtigde van eiser gaf aan dat er recent contact is geweest en dat eiser haar heeft gevolmachtigd, maar kon niet concreet aangeven waar eiser verblijft of dat hij nog in Nederland is. Partijen verschenen niet ter zitting. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt en als MOB staat geregistreerd, geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij contact met de gemachtigde het tegendeel bewijst.

Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen dat eiser nog in Nederland verblijft en prijs stelt op bescherming, oordeelt de rechtbank dat eiser geen procesbelang heeft. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser als MOB staat geregistreerd en onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat hij nog in Nederland verblijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.12444

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Bij besluit van 23 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.12445, plaatsgevonden op 27 juni 2019. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
2. Uit het bestreden besluit volgt dat eiser op 2 mei 2019 met onbekende bestemming [1] is vertrokken. Bij brief van 20 juni 2019 heeft verweerder de rechtbank geïnformeerd dat eiser nog steeds als MOB staat geregistreerd. Daarnaast heeft de gemachtigde van eiser volgens verweerder niet uitdrukkelijk aangegeven dat er nog contact is met eiser, dat zij weet of eiser nog in Nederland verblijft en zo ja, waar hij dan verblijft. Verweerder stelt zich – onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [2] van 22 februari 2019 [3] – op het standpunt dat eiser geen procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
3. De rechtbank heeft (de gemachtigde van) eiser in de gelegenheid gesteld te reageren op de brief van verweerder van 20 juni 2019. Daarvan heeft (de gemachtigde van) eiser gebruik gemaakt. De gemachtigde van eiser heeft op 25 juni 2019 de rechtbank geïnformeerd dat eiser haar bepaaldelijk heeft gevolmachtigd tot het indienen van het beroep. Omdat eiser geen vertrouwen heeft in het COA [4] en de DT&V [5] , wil hij niet langer in een voorziening van het COA verblijven. De gemachtigde van eiser geeft aan dat zij onlangs nog contact heeft gehad met eiser en dat zij hem heeft beloofd op de hoogte van de voortgang van zijn procedure te houden. De gemachtigde van eiser deelt de rechtbank mee dat noch zij, noch eiser ter zitting zullen verschijnen.
4. Op grond van de uitspraak van de Afdeling van 22 februari 2019 moet er in beginsel van worden uitgegaan dat als een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dit is volgens deze uitspraak slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
5. De rechtbank stelt vast dat eiser per 2 mei 2019 staat geregistreerd als MOB. De gemachtigde van eiser heeft op verzoek van de rechtbank enkel laten weten dat er nog contact is, maar heeft niet nader gespecificeerd waar dit contact uit bestaat en op welke data dit contact is geweest. De enkele stelling dat er “onlangs” contact is geweest is onvoldoende concreet. Ook heeft zij niet gesteld dat zij op dit moment weet waar eiser verblijft en of hij nog in Nederland verblijft. Ter zitting op 27 juni 2019 zijn de gemachtigde van eiser en eiser zelf niet verschenen. Eiser heeft op dat moment dus niet aan de rechtbank laten weten dat hij nog in Nederland verblijft en prijs stelt op bescherming.
6. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming en dus geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep.
7. Het beroep is niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Voorn, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier.
griffier rechter
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.MOB.
2.Afdeling.
4.Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
5.Dienst Terugkeer en Vertrek.