ECLI:NL:RBDHA:2019:7209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen buitenbehandelingstelling asielaanvraag en opgelegd inreisverbod
Eiser, een Oekraïense nationaliteit, diende op 14 januari 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Na een eerste gehoor werd besloten de aanvraag in de Algemene Asielprocedure te behandelen, maar eiser verscheen niet op een vervolgverhoor en gaf geen reden voor zijn afwezigheid. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en legde een inreisverbod van twee jaar op.
Eiser vertrok vrijwillig uit Nederland op 9 juli 2019, zoals blijkt uit een door hem ondertekende vertrekverklaring. Hij trok geen beroepsgronden in tegen de buitenbehandelingstelling, maar voerde aan dat het inreisverbod niet opgelegd mag worden aan vreemdelingen buiten Nederland en dat hij onvoldoende is gehoord.
De rechtbank oordeelt dat eiser procesbelang heeft voor het beroep tegen het inreisverbod. Het vertrek uit Nederland maakt het opleggen van het inreisverbod niet onrechtmatig. Verweerder heeft gemotiveerd dat er een risico op onderduiken bestond vanwege het niet verschijnen en ontbreken van contact. Het inreisverbod is terecht opgelegd en eiser had voldoende gelegenheid tot het indienen van zienswijzen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.