ECLI:NL:RBDHA:2019:7268
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over Dublinverordening en risico op uitzetting naar Turkije
Eiseres, bekend als Gülenist, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder besloot deze niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, aangezien eiseres een geldige Bulgaarse verblijfstitel bezit. Eiseres betwistte dit en stelde dat Bulgarije haar verblijfstitel feitelijk had beëindigd en dat zij risico liep op uitzetting naar Turkije.
De rechtbank vernietigde eerder een besluit van verweerder wegens onvoldoende beoordeling van het risico op uitzetting. Na een nieuw besluit bleef verweerder bij zijn standpunt dat geen reëel risico bestaat. Eiseres voerde aan dat Bulgarije Gülenisten uitlevert aan Turkije en verwees naar nieuwsberichten en een samenwerkingsovereenkomst tussen Turkije en Bulgarije.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van eiseres niet vergelijkbaar is met eerdere gevallen van uitzetting, mede omdat zij een geldige verblijfstitel heeft en Turkije geen uitleveringsverzoek heeft ingediend. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor een schending van het non-refoulementbeginsel. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om Nederland vrijwillig de aanvraag te laten behandelen faalde.
Ten slotte werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.