Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[naam verzoeker] , verzoeker,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
uridisch kader
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen zijn voorgenomen overdracht aan Italië in het kader van de Dublinverordening, omdat hij nog aangifte wil doen van mensenhandel. De rechtbank had eerder het beroep tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag ongegrond verklaard, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit bekrachtigd.
De voorzieningenrechter overweegt dat de overdracht rechtmatig is vastgesteld en dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden aangenomen dat Italië de internationale verplichtingen nakomt, waaronder het bieden van gelegenheid tot aangifte. De Italiaanse autoriteiten zijn geïnformeerd over de aangiftewens van verzoeker.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de Europese verplichting om slachtoffers van mensenhandel aangifte te laten doen niet specifiek op Nederland rust, zeker niet als de dader en het slachtoffer zich in Italië bevinden. Het belang van een tijdige overdracht weegt zwaarder dan het belang van verzoeker om in Nederland aangifte te doen.
Daarom heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen en wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Italië wordt afgewezen.