ECLI:NL:RBDHA:2019:7310
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en oplegging terugkeerbesluit en inreisverbod na intrekking Nederlanderschap wegens terroristisch misdrijf
Verzoeker is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden wegens het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Naar aanleiding hiervan is zijn Nederlanderschap ingetrokken en heeft hij een aanvraag gedaan voor verblijfsvergunningen voor bepaalde en onbepaalde tijd, die zijn afgewezen. Tevens is een terugkeerbesluit genomen en een inreisverbod van 20 jaar opgelegd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker als vreemdeling moet worden beschouwd en dat het ontbreken van een geldig paspoort een rechtmatig vereiste is. De intrekking van het Nederlanderschap staat niet ter discussie in deze procedure. Het gevaar voor de openbare orde en nationale veiligheid, gebaseerd op het strafvonnis, rechtvaardigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en het opleggen van het inreisverbod.
Verzoeker stelde dat het terugkeerbesluit het strafvonnis doorkruist en dat sprake is van dubbele bestraffing, maar de rechtbank wijst dit af. Ook de aangevoerde discriminatie tussen bipatride en monopatride Nederlanders wordt niet in deze procedure beoordeeld. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bestreden besluiten naar voorlopig oordeel stand zullen houden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van verblijfsvergunningen, het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt afgewezen.