Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
.De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die telkens werden afgewezen vanwege ernstige gedragingen die een bedreiging voor de openbare orde vormen, zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Het aan eiser opgelegde inreisverbod van tien jaar is eveneens in eerdere procedures bevestigd.
De rechtbank constateert dat de aanvraag van 11 maart 2015 ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard vanwege de inwerkingtreding van de Procedurerichtlijn, wat een procedureel gebrek vormt. Ook is het motiveringsbeginsel geschonden doordat verweerder zich uitsluitend op artikel 1F beriep zonder een actuele beoordeling van de bedreiging.
Ondanks deze gebreken oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser nog steeds een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Eiser heeft geen concrete positieve gedragsverandering aangetoond, ondanks zijn late verklaring afstand te doen van eerdere gedragingen.
De rechtbank wijst ook het beroep af dat eiser een afgeleid verblijfsrecht zou hebben op grond van zijn echtgenote, omdat onvoldoende afhankelijkheid is aangetoond. Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege procedurele fouten, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het inreisverbod wordt gehandhaafd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar het tienjarige inreisverbod blijft gehandhaafd.