ECLI:NL:RBDHA:2019:7747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiseres, een in 2000 geboren Sri-Lankaanse, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende sinds 2014 te worden lastiggevallen door een lid van een bende. De aanvraag werd door de Staatssecretaris afgewezen als kennelijk ongegrond en een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. De rechtbank hield een zitting waarbij eiseres werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van eiseres onvoldoende geloofwaardig was. Zij had zich pas zeven maanden na aankomst gemeld zonder verschoonbare reden, en haar verklaringen over de bedreigingen en haar verwestering werden niet aannemelijk geacht. De rechtbank vond dat verweerder terecht rekening hield met haar minderjarigheid en gezondheidsklachten, en dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor haar beweringen, waaronder de gestempelde politieverklaring.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en de vrees voor huwelijksdwang en seksueel geweld werden onvoldoende onderbouwd geacht. Het inreisverbod werd bevestigd omdat er een reëel risico bestond dat eiseres zou onderduiken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.