ECLI:NL:RBDHA:2019:7748
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens betrokkenheid bij ernstige misdrijven
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege zijn betrokkenheid bij het gewelddadige genootschap Black Axe en de daaruit voortvloeiende dreiging voor zijn leven bescherming zocht. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser betrokken zou zijn bij ernstige niet-politieke misdrijven zoals moord en marteling.
Eiser voerde in beroep aan dat hij zijn asielrelaas had verzonnen om een oplossing te zoeken voor zijn illegale verblijf en ontkende elke betrokkenheid bij misdrijven. Hij stelde dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door niet nader onderzoek te verrichten na zijn zienswijze en dat het opleggen van het inreisverbod disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van de verklaringen van eiser is uitgegaan en dat de geloofwaardigheid van het gewijzigde relaas ernstig werd ondermijnd door het late tijdstip van de wijziging. De verklaring van de moeder van eiser werd niet als objectief bewijs geaccepteerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het inreisverbod van tien jaar gehandhaafd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opleggen van een tienjarig inreisverbod wordt ongegrond verklaard.