ECLI:NL:RBDHA:2019:7791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verlenging voorrangsverklaring wegens weigering passende woningen
Eiser, woonachtig in een portiekwoning met lichamelijke en psychische klachten, ontving een voorrangsverklaring voor woningtoewijzing op basis van een GGD-advies. Na afloop van de geldigheidsduur vroeg hij verlenging aan, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag werd geweigerd omdat eiser vijf passende woningen had aangeboden gekregen en deze had geweigerd.
Eiser stelde dat het zoekprofiel onjuist was en dat woningen met twee trappen ook acceptabel waren, evenals woningen met lift die aanvankelijk niet in het zoekprofiel waren opgenomen. Ook voerde hij aan dat de afstand tot zijn moeder, zijn mantelzorger, medisch relevant was. De rechtbank oordeelde dat eiser dit eerder had moeten aanvoeren en dat het niet reageren op groepsaanbiedingen niet gelijkstaat aan feitelijk reageren.
De rechtbank concludeerde dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om een woning te accepteren binnen de geldigheidstermijn van de voorrangsverklaring. Er waren geen omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van verlenging van de voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard.