Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 mei 2019 met producties 1 tot en met 14;
- de conclusie van antwoord, ingekomen op de griffie op 4 juni 2019, met producties 1 tot en met 69;
- een kostenspecificatie van de zijde van Teva, ingekomen op de griffie op 4 juni 2019;
- de akte houdende overlegging aanvullende producties van Novartis c.s., ingekomen op de griffie op 11 juni 2019, met productie 15;
- de akte houdende overlegging aanvullende producties van Novartis c.s., ingekomen op de griffie op 12 juni 2019, met producties 16 tot en met 33;
- een aanvullende kostenspecificatie van de zijde van Novartis c.s., ingekomen op de griffie op 12 juni 2019;
- een aanvullende kostenspecificatie van de zijde van Teva, ingekomen op de griffie op 13 juni 2019;
- de mondelinge behandeling van 14 juni 2019 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnotities van Novartis c.s. en Teva.
2.De feiten
“O-alkylated rapamycinederivaat en het gebruik ervan als immunosuppressivum”, welk octrooi ziet op de stof everolimus. Dit is de internationale generieke benaming voor de verbinding 40-O-(2-hydroxy)ethyl-rapamycine, een hydroxyethylderivaat van rapamycine zoals dat in de natuur voorkomt. Everolimus remt de activatie van T-cellen, en kan gebruikt worden als een immuunonderdrukkend geneesmiddel (“immunosuppressant”). Everolimus werd oorspronkelijk goedgekeurd voor gebruik bij nier-, hart- en levertransplantatie. Na het aanvullend beschermingscertificaat en een pediatrische verlenging van zes maanden is de bescherming van EP 916/everolimus geëindigd op 18 januari 2019.
“Cancer treatment”. De aanvraag is gepubliceerd op 29 augustus 2002 en doet een beroep op het prioriteitsdocumenten GB 0104072.4, gedateerd 19 februari 2001, en GB 0124957.2 (hierna: GB 572), gedateerd 17 oktober 2001. De aanvraag bevat onder meer de volgende passages:
“Treatment of breast tumors with a rapamycin derivative in combination with exemestane”. EP 603 is verleend op 20 mei 2015 onder inroeping van het prioriteitsdocument GB 572 van 17 oktober 2001 [13] . EP 603 is in Nederland van kracht tot 17 februari 2022.
40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycin in combination with exemestane for use according to claim 1, wherein 40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycin is to be administered at a daily dose from 0.1 to 25 mg as a single dose or in divided doses.
40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycin in combination with exemestane for use according to claim 1, wherein exemestane is to be administered orally to a human in a dose from 5 to 200 mg/day or parenterally from 50 to 500 mg/day.
40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycin in combination with exemestane for use according to claim 1, wherein exemestane is to be administered orally to a human in a dose from 10 to 25 mg/day or parenterally from 100 to 250 mg/day.”
40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycine in combinatie met exemestaan voor gebruik conform conclusie 1, waarin 40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycine dient te worden toegediend in een dagelijkse dosis van 0,1 tot 25 mg als enkele dosis of in verdeelde doses.
40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycine in combinatie met exemestaan voor gebruik conform conclusie 1, waarin exemestaan oraal aan een mens dient te worden toegediend in een dosis van 5 tot 200 mg/dag of parenteraal van 50 tot 500 mg/dag.
40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycine in combinatie met exemestaan voor gebruik conform conclusie 1, waarin exemestaan oraal aan een mens dient te worden toegediend in een dosis van 10 tot 25 mg/dag of parenteraal van 100 tot 250 mg/dag.”
“Rapamycin derivative for the treatment of a solid tumor associated with deregulated angiogenesis”. EP 246 is verleend op 22 mei 2019 onder inroeping van het prioriteitsdocument GB 572 van 17 oktober 2001 [14] en is in Nederland van kracht tot 17 februari 2022.
40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycin for use according to claim 1, wherein the aromatase inhibitor is atamestane, exemestane, formestane, aminoglutethimide, roglethimide, pyridoglutethimide, trilostane, testolactone, ketokonazole, vorozole, fadrozole, anastrozole or letrozole.”
40-O-(2-hydroxyethyl)-rapamycine voor toepassing volgens conclusie 1, waarbij de aromataseremmer atamestaan, exemestaan, formestaan, aminoglutethimide, roglethimide, pyridoglutethimide, trilostaan, testolacton, ketokonazol, vorozol, fadrozol, anastrozol of letrozol is.”
“Combined method of treatment comprising an aromatase inhibitor and a further biologically active compound”. Als samenvatting is opgenomen:
“A composition for use in breast cancer therapy in humans comprising, in amounts effective to produce a superadditive antitumour effect: (a) an antineoplastic agent in a pharmaceutically acceptable carrier and/or diluent, and (b) an aromatase inhibitor in a pharmaceutically acceptable carrier and/or diluent.”WO 467 omvat onder meer de volgende passages:
“Combination of a somatostatin analogue and a rapamycin”. Als samenvatting is opgenomen:
“A combination of a compound of the somatostatin class and a rapamycin macrolide is useful for the prevention or treatment of cell hyperproliferation”.In de beschrijving van WO 317 is onder meer het volgende opgenomen:
3.Het geschil
4.De beoordeling
Bevoegdheid
would) - en niet slechts kon (
could) - hebben opgelost op de wijze geclaimd in het octrooi. Zo de uitvinding het resultaat is van nader onderzoek, ligt de uitvinding niet alleen voor de hand als de vakman dat onderzoek zou hebben uitgevoerd en de resultaten duidelijk voorspelbaar zijn, maar ook als er sprake is van een redelijke verwachting van succes (
reasonable expectation of success), dat wil zeggen dat de vakman in staat is om redelijkerwijs een succesvol einde van een onderzoeksproject binnen acceptabele tijd te voorspellen. Onvoldoende is de enkele
“hope to succeed”. [36]
superadditive antitumor effect” op (vergelijk de beschrijving en de tabellen 1 en 2 onder 2.15.1). Daarnaast is een belangrijk voordeel van de combinatietherapie dat de toxiciteit van de behandeling significant wordt verlaagd ten opzichte van de monotherapie met enkel een chemotherapeuticum (vergelijk de eerste onder 2.15.1 geciteerde paragrafen).
zoukunnen zijn tegen aBC:
would’) op de prioriteitsdatum (17 oktober 2001) zou hebben gekozen voor everolimus in plaats van de in WO 467 genoemde antineoplastische middel met de redelijke verwachting dat dit in combinatie met exemestaan werkzaam zou zijn tegen borstkanker. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
undue burden”. Dat betekent evenzeer dat alle alternatieven die aan die voorwaarden voldoen, niet inventief zijn. [41]
Rapamycin is an extremely potent immunosuppressant and has also been shown to have antitumor and antifungal activity.” [43] Voorts is in de beschrijving opgenomen dat everolimus in het bijzonder bruikbaar is voor: “
e) Treatment of proliferative disorders, e.g. tumors, hyperproliferative skin disorder and the like.” [44] In de literatuur in 2001 is door Yu et al. gewezen op de synergetische effecten van de combinatie van het rapamycine derivaat temserolimus (dat in de oorspronkelijke aanvrage nog specifiek wordt genoemd naast everolimus) met anti-oestrogeentherapie tegen borstkanker. [45] Dat artikel rapporteerde derhalve al synergetisch gebruik van een rapamycine derivaat in combinatie met hormoontherapie bij hormoonreceptor positieve borsttumor. Uit WO 317 leert de vakman voorts dat ook everolimus in combinatie met chemotherapeutica (somatostatine-analogen, specifiek octreotide) synergetisch effect vertoonde (zie onder 2.15.2, met name de tabellen). In WO 317 wordt voorts klinisch onderzoek naar borstkanker gesuggereerd (zie onder 2.15.2, met name onder “Clinical trial”).
interim injunctionbeslissing van 15 januari 2019 tegen Dr Reddy’s ([2019] EWHC 92 (Pat). Birss J heeft in die uitspraak de inventiviteit niet beoordeeld (de voorzieningenrechter begrijpt uit r.o. 7 dat de inventiviteit in die procedure door Dr. Reddy’s niet is betwist).