De rechtbank Den Haag heeft de verdachte veroordeeld voor twee geweldsdelicten: bedreiging van een motoragent met een mes op 14 december 2017 en mishandeling van een ambtenaar van de gemeente met een paraplu op 31 januari 2018. De bedreiging vond plaats nadat de verdachte zich verzette tegen zijn aanhouding en de motoragent meerdere bevelen gaf die niet werden opgevolgd. De mishandeling vond plaats in het gemeentehuis, waarbij het slachtoffer vijf hechtingen aan het hoofd kreeg.
De rechtbank verwierp het verweer van noodweer en oordeelde dat het tonen en bewegen van het mes richting de agent als bedreiging kwalificeert. De mishandeling werd bewezen verklaard, maar het onderdeel 'met kracht' werd verworpen wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank hield rekening met het strafblad van de verdachte en rapportages van de reclassering die een hoog recidiverisico aangaven.
Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 120 dagen op, gelijk aan het voorarrest. Daarnaast werd een eerder opgelegde voorwaardelijke straf omgezet in een taakstraf van 60 uur. De schadevergoedingsvorderingen van de slachtoffers werden deels toegewezen, met een totaalbedrag van € 1.385,00 plus wettelijke rente.
De rechtbank bepaalde dat bij niet-betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast. De verdachte werd veroordeeld in de proceskosten en tot betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers. Het vonnis werd uitgesproken op 5 augustus 2019 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag.