Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden waarbij preferente schuldeisers 100% en concurrente schuldeisers 51,86% van hun vorderingen ontvangen over een periode van 60 maanden. De Belastingdienst, als preferente schuldeiser met een vordering van 19,44% van de totale schuld, weigert in te stemmen vanwege de te lange looptijd, omdat zij alleen akkoord gaat met maximaal 36 maanden.
De rechtbank stelt dat een schuldeiser slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden gedwongen in te stemmen met een schuldregeling. Hierbij moet worden gekeken naar de redelijkheid van de weigering, waarbij het belang van de schuldeiser wordt afgewogen tegen de belangen van verzoekers en andere schuldeisers.
De rechtbank oordeelt dat de weigering van de Belastingdienst niet redelijk is, mede omdat de andere schuldeisers wel hebben ingestemd en de regeling een gunstiger resultaat biedt dan de wettelijke schuldsaneringsregeling. Ook wordt verwacht dat tijdens de looptijd de aflossingscapaciteit en het vrij te laten bedrag periodiek worden gecontroleerd.
Daarom beveelt de rechtbank de Belastingdienst om in te stemmen met de schuldregeling. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat verzoekers geen belang meer hebben bij die regeling.