Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[EISER], te [PLAATS], eiser
2. de Staatssecretaris van Defensie,
3. de Commandant Luchtstrijdkrachten
Procesverloop
Verweerders hebben verweerschriften ingediend.
Overwegingen
Bij brief van 13 juni 2018 heeft eiser een gedeelte van het rapport van onderzoek van 6 juni 2018 van de IMG overgelegd.
metde heer [B] een dienstrit zou hebben gemaakt, terwijl hij de dag daarna pas het gesprek met de heer [B] in Den Haag zou hebben. Dit komt de rechtbank ongeloofwaardig voor. Voor het overige heeft eiser geen verklaring voor de ritten op 17 juli. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser met zijn betoog het dienstbelang van de ritten op zondag 17 juli 2016 niet aannemelijk heeft gemaakt.
Beslissing
mr. J.A. Leijten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2019.