ECLI:NL:RBDHA:2019:8048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de ozb-tariefverhoging voor niet-woningen ter financiering van een ondernemersfonds
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslagen onroerendezaakbelastingen (ozb) voor niet-woningen die door de gemeente Bodegraven-Reeuwijk waren opgelegd. De aanslagen betroffen een verhoging van het ozb-tarief, mede bedoeld ter financiering van een ondernemersfonds. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat de vaststelling van het ozb-tarief een zelfstandige bevoegdheid is van de gemeenteraad en dat de belastingrechter slechts kan toetsen op strijd met hogere wetgeving, willekeur of onredelijkheid. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de tariefstelling in strijd was met wettelijke bepalingen of algemene rechtsbeginselen. Ook de stelling dat sprake zou zijn van een dubbele belasting door de verplichte lidmaatschap van een parkmanagement faalde.
Verder oordeelde de rechtbank dat de verhoging van het ozb-tarief niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat de heffing een wettelijke basis heeft en een redelijke verhouding bestaat tussen het algemeen belang en de individuele rechten. De rechtbank concludeerde dat de Verordening 2017 verbindend is en dat de aanslagen terecht zijn opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de ozb-aanslagen is ongegrond verklaard en de Verordening 2017 is bevestigd.