Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Illegaal verblijf met toestemming” van mr. dr. L. Slingenberg (A&MR 2018, nr. 10, pagina 496-501).
rechtsgevolgen van het besluit” het navolgende had overwogen, was dit mogelijk anders geweest. Zo had verweerder aldaar kunnen opnemen dat artikel 82, tweede lid, van de Vw 2000, voor zover daarin is bepaald dat de termijn voor het instellen van beroep geen opschortende werking heeft, buiten toepassing wordt gelaten wegens strijd met het Gnandi-arrest dan wel, voor zover dat als bestuursorgaan niet mogelijk is, de rechter zal worden verzocht die bepaling in zoverre buiten toepassing te laten, als ook kunnen opnemen dat het beroep, voor zover gericht tegen de afwijzing van het asielverzoek, geen schorsende werking heeft en dat de vreemdeling daartoe een voorlopige voorziening moet indienen, waarbij tevens wordt vermeld dat als de vreemdeling dat doet hij ingevolge artikel 7.3, eerste lid, van het Vb 2000 de uitspraak op dit verzoek hier te lande mag afwachten, hij tot die tijd opvang behoudt en hij niet onder de werking van de Terugkeerrichtlijn valt. Hierdoor krijgt het beroep, voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit, opschortende werking en is hiermee materieel door verweerder voldaan aan het arrest Gnandi en de beschikking in de zaak C. J. en S. Nu in dit geval verweerder dit heeft nagelaten mist (de verlenging van) de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, derde lid, van de Vw 2000 de juiste wettelijke grondslag.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van vandaag;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.680,00, te betalen door de griffier;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.024,00.