Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2019 in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer ]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluiten van 20 februari 2018 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000).
Overwegingen
.Verweerder heeft niet ten onrechte gesteld dat deze verklaring afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas. In het nader en aanvullend gehoor heeft eiser weliswaar toegelicht waarom hij informatie heeft doorgegeven aan het [Army] (zie p. 13 nader gehoor en p. 6 aanvullend gehoor), maar verweerder heeft deze toelichting niet ten onrechte onvoldoende geacht, nu daaruit niet blijkt wat de persoonlijke beweegredenen van eiser zijn geweest om informatie te verstrekken aan het [Army].