Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[EISER] , eiser en verzoeker, V-nummer [V-nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende op 18 april 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat de Franse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de behandeling van het verzoek op grond van de Dublin-verordening.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing is omdat hij zich niet kon aanmelden bij de Franse autoriteiten en geen klacht kon indienen. De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt.
De rechtbank oordeelde dat er geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die een overdracht aan Frankrijk in de weg staan. Daarom is het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht. Het verzoek om een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen werd eveneens afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.