Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[(...)],
Rechtbank Den Haag
Eisers maakten bezwaar tegen de feitelijke beëindiging van hun opvang in het AZC Schalkhaar nadat hun verblijfsvergunning regulier was verlopen op 17 juli 2019. De rechtbank onderzocht of de aanzegging van beëindiging een besluit was waartegen beroep mogelijk is en of het recht op opvang door het verlopen van de verblijfsvergunning was geëindigd.
De rechtbank oordeelde dat het recht op opvang dat voortvloeit uit een asielaanvraag is geëindigd na de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag en dat het recht op opvang op grond van de verblijfsvergunning regulier eindigt bij het verlopen daarvan. Eisers hadden gedurende de geldigheid van de verblijfsvergunning recht op opvang, maar niet meer daarna. De aanzegging van beëindiging was slechts een informatieve mededeling en geen besluit waartegen bezwaar of beroep mogelijk is.
Daarom is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. De overige beroepsgronden zijn niet behandeld. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de beëindiging van de opvang in het AZC Schalkhaar.