ECLI:NL:RBDHA:2019:8423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering hogere schadevergoeding na onrechtmatige strafcelplaatsing
Eiser heeft gedurende zeven dagen onterecht in een strafcel gezeten in de PI Alphen aan den Rijn. De Commissie van Toezicht verklaarde het beklag gegrond op formele gronden en kende een vergoeding toe. De beroepscommissie verhoogde deze vergoeding iets.
Eiser vordert een hogere vergoeding van de Staat wegens onrechtmatige opsluiting en stelt daarnaast psychische schade en lichamelijke klachten te hebben opgelopen. De Staat voert verweer en betwist onrechtmatigheid van de opsluiting zelf.
De rechtbank oordeelt dat de opsluiting niet onrechtmatig was, maar dat de procedurele vormvoorschriften niet zijn nageleefd. De toegekende vergoeding is conform standaardtarieven van de RSJ en een hogere vergoeding wordt niet toegewezen. De gestelde psychische schade is onvoldoende onderbouwd met concrete gegevens en bewijs.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van de Staat. Het vonnis is gewezen door kantonrechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers en uitgesproken op 14 augustus 2019.
Uitkomst: De vordering tot een hogere vergoeding en vergoeding van psychische schade wordt afgewezen.