ECLI:NL:RBDHA:2019:8648
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet-vergoeding proceskosten in bezwaar bij intrekking verblijfsvergunning
Eiser had een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd die door verweerder met ingang van 14 mei 2013 werd ingetrokken en hem werd opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten, met een inreisverbod van tien jaar. Na een reeks procedures, waaronder een vernietiging en terugwijzing door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen.
Eiser stelde beroep in tegen het besluit waarin verweerder het bezwaar gegrond verklaarde maar de proceskosten in bezwaar niet vergoedde. De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder niet onrechtmatig was, mede omdat verweerder een ex nunc toets had verricht en eiser het voordeel van de twijfel had gegeven.
De rechtbank wees het beroep af omdat geen grond bestond voor vergoeding van proceskosten in bezwaar. Tevens werd geen proceskostenveroordeling in beroep toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet-vergoeden van proceskosten in bezwaar is ongegrond verklaard.