ECLI:NL:RBDHA:2019:8650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf moeder meerderjarige zoon wegens ontbreken meer dan normale afhankelijkheid
Eiseres, een staatloze vrouw geboren in 1939, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland bij haar meerderjarige zoon (referent). De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een meer dan normale emotionele afhankelijkheid tussen moeder en zoon, zoals vereist onder artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Eiseres voerde aan dat er wel degelijk sprake is van bijzondere afhankelijkheid en dat de afwijzing een schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt. Zij verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Gezinsherenigingsrichtlijn 2003/86/EG. Ook stelde zij dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de emotionele en financiële banden tussen eiseres en haar zoon niet verder gaan dan normale ouder-kindrelaties en dat eiseres voldoende zelfstandig in Syrië kan functioneren. De medische situatie en banden met het land van herkomst werden meegewogen, waarbij werd vastgesteld dat eiseres nog sterke banden met Syrië heeft en medische zorg ontvangt. De rechtbank verwierp het beroep op de Gezinsherenigingsrichtlijn omdat deze niet van toepassing is op ouders van meerderjarige kinderen.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard wegens ontbreken van meer dan normale emotionele afhankelijkheid.