ECLI:NL:RBDHA:2019:8666
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepsgronden bij asielaanvraag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteithebbende, diende op 4 december 2018 een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, nadat zijn eerdere aanvraag in 2015 was afgewezen met een tienjarig inreisverbod. Hij stelde bedreigingen te hebben ondervonden vanwege zijn werk in de beveiliging bij een havenbedrijf en bedreigingen door familieleden.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de bedreigingen niet geloofwaardig werden geacht. Eiser stelde beroep in, maar diende de beroepsgronden pas op de dag van de zitting in, zonder verschoonbare reden, en verscheen niet op de zitting.
De rechtbank wees het beroep af als niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van tijdige en gemotiveerde beroepsgronden. De rechtbank overwoog ook dat er geen bijzondere omstandigheden waren die toepassing van de nationale procedureregels in de weg stonden, zodat geen uitzondering werd gemaakt.
De uitspraak werd gedaan door rechter Bakels en griffier De Grauw op 25 april 2019. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de beroepsgronden zonder verschoonbare reden.