ECLI:NL:RBDHA:2019:8668
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en risico op vervolging
Eiser, een Nigeriaanse man, vroeg asiel aan in Nederland op grond van zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende vervolgingsgevaar in Nigeria. Hij stelde dat zijn seksuele geaardheid bekend was geworden en dat hij bij terugkeer gevaar liep op steniging. Daarnaast verwees hij naar deelname aan een demonstratie in Amsterdam waarvan foto's op internet zouden zijn geplaatst en bekend zouden zijn in Nigeria.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat de verklaringen van eiser over zijn homoseksualiteit niet geloofwaardig werden geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en overwoog dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn denkproces rond zijn seksuele geaardheid, wat in een Nigeriaanse context wel verwacht mag worden. Ook werd het late verzoek om asiel en tegenstrijdigheden in zijn verklaringen meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus of bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en een inreisverbod van twee jaar bleef van kracht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de Nigeriaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van zijn homoseksualiteit en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.