ECLI:NL:RBDHA:2019:8673
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Iraakse nationaliteit, diende op 15 oktober 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling, waar eiser eerder een asielaanvraag had ingediend. Nederland had een verzoek tot terugname aan Roemenië gedaan, dat werd geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat zijn eerdere asielaanvraag in Roemenië niet zorgvuldig was behandeld, dat hij bij zijn partner in Nederland wilde verblijven en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door zijn aanvraag niet in behandeling te nemen. Tevens stelde hij dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege slechte opvangomstandigheden in Roemenië.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich niet kan beroepen op artikel 9 van Pro de Dublinverordening omdat hij zijn eerdere aanvraag in Roemenië niet had ingetrokken en dat Nederland het terugnameverzoek aan Roemenië niet onzorgvuldig had gedaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Roemenië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen gebruik maakte van zijn bevoegdheid om de aanvraag in Nederland te behandelen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter J.L.E. Bakels en griffier J.C. de Grauw op 26 april 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.