Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 1], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Er is sprake van een zodanige afhankelijkheidsrelatie van [naam 2] met moeder, dat het belang van [naam 2] geschaad wordt indien moeder geen verblijfsvergunning krijgt.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, houder van de Keniaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning om bij haar minderjarige dochter in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van een belangenafweging volgens artikel 8 EVRM Pro, waarbij werd meegewogen dat eiseres geen rechtmatig verblijf had, het gezinsleven niet intensief was en het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming negatief oordeelde over samenwoning.
Eiseres stelde in beroep dat het rapport verouderd was en dat het contact met haar dochter sinds het rapport was geïntensiveerd, mede ondersteund door verklaringen van de voogd en WhatsApp-berichten. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onjuiste conclusies had getrokken uit het rapport en onvoldoende rekening had gehouden met de actuele situatie en belangen van het kind.
De rechtbank stelde vast dat het belang van de minderjarige dochter geschaad zou worden bij weigering van verblijf, mede vanwege de afhankelijkheidsrelatie en de noodzaak van contactopbouw onder begeleiding van Nidos. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek en onzorgvuldigheid en beval een nieuwe belangenafweging.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en actuele belangenafweging bij verblijfsaanvragen op basis van gezinsleven, met bijzondere aandacht voor het belang van het kind.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.