ECLI:NL:RBDHA:2019:8830
Rechtbank Den Haag
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning verhoogde schadevergoeding voor gemiste geboorte en detentieperiode
Verzoeker werd verdacht van afpersing en zat 184 dagen in voorlopige hechtenis, waarvan 3 dagen in verzekering en 181 dagen zonder beperkingen. Hij werd vrijgesproken op 29 november 2018. Tijdens zijn detentie miste hij de geboorte van zijn eerste kind en kon hij zijn vrouw niet bijstaan rondom de bevalling.
De rechtbank behandelde het verzoek tot schadevergoeding ex artikel 89 Sv Pro en nam kennis van het strafdossier. Verzoeker vroeg een verdubbeling van de forfaitaire vergoeding vanwege de bijzondere omstandigheden. De officier van justitie erkende een vergoeding voor de detentiedagen, maar vond een verdubbeling niet gerechtvaardigd.
De rechtbank oordeelde dat de immateriële schade het forfait overschrijdt en kende een verhoging van 50% toe bovenop de standaardvergoeding. Hiermee werd een totaalbedrag van € 22.192,50 toegekend. De drie dagen in beperkingen werden niet als zodanig erkend wegens onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.M. Boogers op 27 augustus 2019, waarbij het verzoek grotendeels werd toegewezen en het overige werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een verhoogde schadevergoeding van € 22.192,50 voor 184 dagen detentie vanwege gemiste geboorte en detentieperiode.