Bij besluit van 4 mei 2018 verleende het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een omgevingsvergunning voor de bouw van een winkel- en horecacomplex met parkeergarage aan de Noordboulevard in Scheveningen. Eiseressen, eigenaren en exploitanten van nabijgelegen vastgoed, stelden beroep in tegen dit besluit wegens onder meer onvoldoende motivering van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling, verkeerskundige bezwaren, het ontbreken van een milieueffectrapport (MER) en onvoldoende waarborging van waterveiligheid.
De rechtbank oordeelde dat eiseressen belanghebbenden zijn bij het besluit vanwege de directe gevolgen, zoals veranderde verkeersafwikkeling. Ten aanzien van de behoefte aan horeca en retail concludeerde de rechtbank dat verweerder niet voldeed aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De motivering ontbrak of was onvoldoende concreet en cijfermatig, waardoor het besluit onzorgvuldig en ontoereikend gemotiveerd is. De verkeerskundige rapportage van Goudappel Coffeng werd als deskundig en betrouwbaar beoordeeld, en verweerder mocht zich daarop baseren. De waterveiligheid is gewaarborgd, mede door strandsuppletie en verleende watervergunning.
De rechtbank stelde vast dat het ontbreken van een MER niet tot vernietiging leidt vanwege het relativiteitsvereiste, aangezien eiseressen niet als omwonenden worden aangemerkt. De rechtbank paste de bestuurlijke lus toe en gaf verweerder drie maanden de tijd om het gebrek in de motivering te herstellen. De uitspraak is een tussenuitspraak; verdere beslissing wordt aangehouden tot einduitspraak.