ECLI:NL:RBDHA:2019:8889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wegens onvoldoende onderbouwde geluidsoverlast tussen buren
In deze zaak tussen buren heeft de verzoeker de wijkrechter verzocht om een oordeel te geven over geluidsoverlast veroorzaakt door de medeverzoekster vanuit haar woning. Verzoeker stelde dat medeverzoekster overlast veroorzaakt door onder meer een blaffende hond, luid telefoneren en het uitkloppen van kleedjes op het balkon. Medeverzoekster ontkende deze overlast en gaf aan dat zij slechts normale leefgeluiden produceert.
De procedure vond plaats onder het Procesreglement Project De Wijkrechter, met een eerste mondelinge behandeling in november 2018 en een voortzetting in juni 2019. Partijen konden geen minnelijke regeling bereiken. De wijkrechter overwoog dat in een gedateerd appartementencomplex enige leefgeluiden moeten worden geaccepteerd en dat alleen geluiden die naar aard, omvang en frequentie als overlastgevend kunnen worden gekwalificeerd onrechtmatige hinder opleveren.
Omdat de verklaringen van partijen tegenstrijdig waren, lag het op de weg van verzoeker om zijn stellingen met objectief en verifieerbaar bewijs te onderbouwen. De door verzoeker overgelegde geluidstapes werden niet als zodanig erkend. Bovendien was een schouw niet mogelijk omdat partijen geen toegang tot hun woningen wilden verlenen, waardoor de wijkrechter niet objectief kon vaststellen of sprake was van overlast.
Daarom concludeerde de wijkrechter dat onvoldoende is gebleken van overlastgevend handelen door medeverzoekster en wees het verzoek af. Elke partij draagt de eigen kosten van de procedure. Het vonnis is gewezen door kantonrechter B.C. Vink en uitgesproken op 21 juli 2019.
Uitkomst: Het verzoek tot het stoppen van geluidsoverlast wordt afgewezen wegens onvoldoende objectief bewijs.