ECLI:NL:RBDHA:2019:8907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningsduur speelautomatenhal van vijf jaar onvoldoende onderbouwd en vernietigd
Eiseres, exploitant van een speelautomatenhal, betoogde dat de vergunningsduur van vijf jaar onvoldoende is om investeringen terug te verdienen en rendabel te exploiteren. De vergunning werd verleend op grond van de Speelautomatenhallenverordening Noordwijk 2017, die een maximale duur van vijf jaar voorschrijft. De rechtbank oordeelde dat deze verordening een algemeen verbindend voorschrift is en exceptief getoetst kan worden.
De rechtbank stelde vast dat de verordening uitgaat van een schaarse vergunning en dat tijdelijke vergunningen passend zijn om gelijke kansen voor potentiële gegadigden te waarborgen. Echter, de rechtbank vond dat de gemeenteraad bij het vaststellen van de vijfjarige termijn geen zorgvuldig onderzoek had verricht noch een kenbare belangenafweging had gemaakt, zoals vereist op grond van de Awb. De verordening ontbrak het aan een deugdelijke motivering, mede gezien de ontwikkelingen in de kansspelbranche en jurisprudentie.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op om opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De rechtbank gaf aan dat het aan de gemeentelijke regelgever is om een passende vergunningsduur te bepalen op basis van een zorgvuldige belangenafweging en objectief onderzoek.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de vergunningsduur van vijf jaar.