ECLI:NL:RBDHA:2019:8977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stelling opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende informatie
Eiseres, met Guinese nationaliteit, diende op 30 januari 2019 een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiseres het M35-O formulier niet volledig had ingevuld en essentiële informatie niet had verstrekt. Ondanks een voornemen en de mogelijkheid om herstel te bieden, maakte eiseres hier geen gebruik van.
Eiseres betoogde dat zij wel een zienswijze had ingediend en dat haar kinderen bij terugkeer naar Guinee ernstige discriminatie zouden ondervinden, wat bescherming rechtvaardigt. De rechtbank vond echter dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat de zienswijze tijdig was ingediend en dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigt dat een voornemen kan dienen als herstelverzuim. Omdat eiseres niet had gereageerd op het verzoek om aanvullende informatie, was het besluit tot buiten behandeling stelling terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.